Er zijn minimaal twee fenomenen waar filosofen uiterst opgewonden van raken. Paradoxen en dilemma’s. Paradoxen zijn tegenstellingen die bij nader inzien geen tegenstellingen zijn. Denk aan ‘Toeval is logisch’. Op het eerste gezicht onbegrijpelijk, op het tweede gezicht ook. Tenzij Johan Cruyff het uitlegt. Dan wordt het logisch, en misschien ook begrijpelijk. Als hij tenminste had gewild dat je het zou begrijpen. Dan had hij het wel beter uitgelegd.
Dilemma’s – keuzen tussen twee of meer kwaden – zijn de praktischer uitdagingen waarover wijsgeren zich buigen. Dat doen we soms wild theoretisch en tamelijk ontoegankelijk. Soms echter ook verduidelijken wij filosofen het met een beeld dat beklijft. Beroemd is het Trolley Dilemma dat Philippa Foot in 1967 presenteerde. Foot vraagt je om je voor te stellen dat je de bestuurder bent van een op hol geslagen tram. In hoge vaart rijd je op een wissel af tussen twee sporen. Op het ene spoor is één man aan het werk, op het andere spoor tref je vijf spoorwerkers aan. Je kunt de tram niet meer stoppen, alles wat je kunt doen is hem naar het ene, of naar het andere spoor sturen.
Het resultaat zal zijn dat je ofwel één man doodrijdt, ofwel vijf. Wat doe je? De meeste mensen zullen intuïtief kiezen voor het spoor met de ene man, dan richt je immers de minste schade aan. Maar natuurlijk zijn er allerlei varianten van dit dilemma. Stel je voor dat je die ene man die je nu opoffert een buitengewoon fatsoenlijk iemand is, en dat die vijf die je redt minder ‘goede’ mensen zijn. Dan is de keuze niet langer ‘kwantitatief’ maar kwalitatief, en daardoor meteen een stuk minder makkelijk. Wat je ook kiest, het doet pijn. Bij de slachtoffers, maar zeker ook bij degene die de keuze maakt.
Twee jaar nadat Foot haar essay over het trolley-probleem schreef, organiseerden vier jonge mannen een muziekfestival in het Amerikaanse plaatsje Woodstock. Ze verwachten 200.000 mensen, maar uiteindelijk verschenen er bijna een half miljoen. Drie dagen voor het festival zou beginnen – de eerste 50.000 early birdszaten al in het gras – kregen de organisatoren een boodschap van de festivalbouwers. Ze gingen hun werk niet op tijd afkrijgen. Ineens stonden ze voor de volgende keuze: ‘Wat zullen we afwerken, de ingangen en de hekken, of het podium?’ Voor allebei kwamen ze mankracht en materiaal tekort.
Het was een duivels dilemma. Zonder hekken en ingangen konden de organisatoren geen tickets checken. Ze zouden failliet gaan, met al diegenen die op de bonnefooi onderweg waren en nu geen ticket meer hoefden aan te schaffen bij de ingang. Maar zonder podium zouden ze de gevangenis ingaan, want dan zouden honderdduizenden jongeren doelloos ronddwalen als concertgangers zonder concert. Dus werd het podium gebouwd, en de rest is geschiedenis. Een financieel fiasco voor de vier initiatiefnemers, maar ook een festival zonder noemenswaardige wanklanken dat nooit meer zou worden vergeten door de bijna 500.000 mensen die erbij waren.
Dat is echter wijsheid achteraf, die altijd makkelijker te verkrijgen is dan het inzicht waarmee je de keuze op het moment zélf maken moet. Filosofen zijn op hun onuitstaanbaarst als ze je vanuit de ivoren toren toeroepen wat je eigenlijk had behoren te doen. Ze zijn op hun best als ze je midden in je besluitvorming bijstaan met ándere manieren om naar hetzelfde dilemma te kijken. Zodat je ineens beseft dat wat je ook kiest, er zeker niet alleen goede gevolgen zijn, maar je in elk geval je keuze goed gemaakt hebt. Naar eer en geweten, met verstand én gevoel, zo min mogelijk gehinderd door belemmerende overtuigingen en andere ruis op de lijn.
Dit artikel is geschreven door Remko van Broekhoven. Meer weten? In gesprek over een lastig dilemma? Neem direct contact op met Remko of met een van de andere partners van Duivelse Dilemma’s.